moeder en kind 696

Al in 1971 werd er door Katherina Dalton gewezen op een samenhang van het ontstaan van een postpartumdepressie en een Premenstruele stoornis. Hormoon gerelateerd dus.

Professor A.A. Haspels, Dr. Loendersloot en Eileen Engels PPD-PMS deskundige deden in 1983 al een onderzoek naar hormonen en postpartumdepressie. Omdat het wetenschappelijk tot nu toe nooit bewezen is stond menigeen hier sceptisch tegenover. Toch werden er goede resultaten behaald met het preventief behandelen van moeders met een postpartumdepressie.

Ongeveer één vijfde van alle moeders lijdt aan een postpartumdepressie. Onderzoekers kunnen van te voren niet voorspellen wie een ppd krijgt. Zij kijken naar de sociale omstandigheden, stress, partner gerelateerde problematiek en mishandeling.

Nieuw onderzoek zou hier verandering in kunnen brengen. Door bloed af te nemen en onderzoek te doen kun je concrete aanwijzingen vinden welke vrouwen kans krijgen op een ppd.

Nieuwe studie van vijf universiteiten suggereren dat er een significante interactie zou zijn tussen oxytocine receptor en bloedmarkers (specifieke stoffen die vrijkomen in het bloed). Het betreft: Universiteit van Virginia, universiteit van Illinois in Chicago, universiteit Bloomington, universiteit van Bristol en de John Hopkins universiteit.

Oxytocine is het hormoon dat verantwoordelijk is voor het reguleren van emoties, stress en sociale interacties (eerder onderzoek heeft uitgewezen dat bij vrouwen met Asperger het toedienen van oxytocine zou helpen de moeder/kind hechting te verbeteren).

Oxytocine is belangrijk in het hechtingsproces tussen moeder en haar kind.

Onderzoekers hebben een voorgevoel dat een verminderd niveau van oxytocine kan worden gekoppeld aan symptomen van ppd.

Evenals progesteron belangrijk is om de bloedspiegel constant te houden, spelen er natuurlijk meer hormonen een rol in dit ingewikkelde proces. Op het einde van de zwangerschap is het progesteron gehalte 15 tot 30 keer hoger dan normaal. Na de bevalling daalt dit snel op het moment dat de placenta geboren wordt. De meeste vrouwen krijgen dan last van de kraamtranen. ( 50 tot 70%).Die zijn normaal en gaan doorgaans na twee weken over. Een postpartumdepressie zal zich ontwikkelen vanaf vier weken postpartum. ( eerder of later kan ook).

Het onderzoek van de vijf universiteiten die meededen aan dit onderzoek, koppelen deze studie voor het eerst aan een mogelijk biologische oorzaak bij het krijgen van een postpartumdepressie.

Voor deze studie zijn de gegevens van 545 moeders in de Avon Longtudinal Study, van ouders en kinderen enquête verzameld tussen april 1991 /1992. ( het betreft geen recent onderzoek dus).

Tijdens de zwangerschap vulden de aanstaande moeders vragenlijsten in over hun mentale toestand en verstrekten bloedmonsters.

Wat er gevonden werd was behoorlijk overtuigend, vrouwen die oxytocine receptoren en bloedmarkers hadden, kregen drie keer meer kans op het ontwikkelen van een ppd.

Het betreft hier een eerste studie om te suggereren dat deze bloedmarkers in verband worden gebracht met een ppd. Er is nog veel onderzoek nodig voordat duidelijk is of dit echt zo werkt.

Bij het moeder worden, wat een grote verandering is voor een vrouw in haar levensstijl, angst, minder slapen, traumatische ervaring, slecht sociaal vangnet etc… zou de implicatie van preventief identificeren van risico’s op ppd enorm zijn.

Bron: Huffington post


Deel dit artikel op jouw favoriete social media kanaal of via Whatsapp…