Daar zat ze dan…blij moest ze zijn omdat ze een prachtig dochtertje hadden gekregen. Maar ze voelde zich eenzaam, moe zo moe, er kwam niets uit haar handen. Als ze iets deed was dit plichtmatig. Haar man had eerst niets door en vertrok ’s morgens naar zijn werk. Voor haar lag een lange dag alleen met de baby. Zij kenden niemand in haar nieuwe woonplaats, ja de buurvrouw en die dropte om de haverklap haar eigen kinderen bij haar, ze durfde er niets van te zeggen, ze was al zo moe. De nachten waren zwaar, de baby moest een paar keer gevoed en verschoond worden en ze huilde zoveel, darmkrampen. Uren liep ze met haar rond. Natuurlijk hielp haar man haar, als de baby eindelijk sliep kon zij niet slapen want ze was bang dat de baby dood zou gaan, dus liep ze weer naar de babykamer en duwde zachtjes tegen haar kindje, die begon dan weer te huilen. Gek werd ze ervan. De zwangerschap was redelijk verlopen al moest ze een maand van te voren naar het ziekenhuis omdat de weeën begonnen. Door de familie werd dit niet in dank afgenomen. Na een paar weken mocht ze toch naar huis om te bevallen. Eindelijk was het zover de baby werd binnen anderhalf uur geboren en was een schatje. Dolgelukkig waren ze met haar. Als kersverse, onzekere ouders moesten ze de volgende dag de verloskundige bellen om 18.00 uur of de baby gepoept had, dit deden ze precies op tijd. De moeder gilde het uit… haar baby van 1 dag oud lag stil en blauw in de wieg, gelukkig was de vader zo helder om de baby op te tillen en op de kop te houden en ging ze weer ademen. De verloskundige kwam gelukkig snel en zoog nog wat slijm uit. Maar als net geboren moeder werd ze zich erg bewust van de grote verantwoordelijkheid. Ze had een leerling kraamverzorgster die net zoveel wist als zij, niet kon koken en al helemaal niets wist van borstvoeding. Haar baby dronk niet en moest worden bijgevoed. De jonge moeder voelde zich een mislukkeling. Kolven dan maar, er werd een kolf gehuurd maar dit ging ook niet. Haar ouders kwamen op bezoek en maakten ruzie omdat ze in al hun nieuwigheid de baby niet hadden mogen vasthouden. En ze was al zo moe. De buurvrouw en haar moeder maakten ruzie, zij zat ertussen.

De dag dat de kraamverzorgster vertrok was ze blij, eindelijk was ze alleen met man en baby.

Maar ze wist niet dat ze zo snel zou wegzinken in een diepe depressie. Ze hield zielsveel van haar kindje maar ze was zo moe. Nee zeggen tegen de buurvrouw die haar kinderen bij haar dropte durfde ze niet en de problemen stapelden zich op. Ze kreeg rare gedachten: als ik een kussen op haar druk huilt ze niet meer, of als ik haar achter laat in de winkel hoef ik niet voor haar te zorgen, als ik haar loslaat in bad hoelang duurt het dan voordat ze niet meer ademt. Bang werd ze ervan en durfde dit tegen niemand te zeggen. Als haar kind sliep tussendoor dan rende ze naar de winkel om chocola te kopen en ging ze snoepen. De hele dag deed ze alles op de automatische piloot. Uren zat ze op de bank en sleepte zich voort. Ze zorgde wel voor haar kind en knuffelde haar wel, dat hoorde zo, het kindje kon er niets aan doen immers. Maar al die gedachten maakten haar gek. Haar man had eerst niets in de gaten, hij dacht dat ze het overdag zo druk had met de baby en nergens aan toe kwam. Hij hielp haar waar hij kon. Met haar ging het steeds slechter, tot de dag aanbrak dat zij zichzelf schreeuwend en huilend en totaal aan de latten terugvond op het toilet met een paar buisjes aspirine en alles wat er voor handen was. Ze ging er een eind aan maken, wat had haar kind aan zo’n moeder en haar man aan zo’n vrouw. Haar man had de tegenwoordigheid van geest om de deur te forceren en belde de huisarts. Deze kwam gelijk en bleef maanden lang iedere week haar bezoeken, schreef medicatie voor en praatte met haar. Langzaam krabbelde ze weer op.

Het was een Postnatale-depressie, gelukkig wist ze op dat moment nog niet dat ze dit drie keer zou mee gaan maken.

Djoke

Deel dit artikel op jouw favoriete social media kanaal of via Whatsapp…

Comments

comments